Met verf en wattenstaafjes kunnen de kinderen een prachtig sneeuwlandschap maken. Gebruik voor iedere kleur verf een ander wattenstaafje.
Knutsel een sneeuwpop van wc-rollen. Als je geen witte verf hebt, kun je de wc-rollen ook inpakken met wit papier.
Praat met je kind over wat er te zien is op deze plaat (of evt. een plaat uit een mooi boek). Wat zie je allemaal? Wat kun je daar mee doen? Wanneer, hoe, wat, waar? Weet het kind morgen nog steeds hoe dat ene voorwerp heet? Kom er zo nu en dan op terug.
Schaatsen; Geef uw zoon/dochter twee stukken papier uit een reclamefolder. Deze stukken plaatsen ze onder hun voeten en dan schaatsen (glijden) ze ermee over de vloer. Je zou zelfs een schaatsbaan af kunnen zetten waar zij een parcours tussendoor kunnen schaatsen.
Wat ligt er onder de " sneeuw" ? Leg een paar voorwerpen onder een wit laken en laat je kind raden wat het is: een bal, een blok, een pop, etc.
Kan je kind de vorm herkennen en benoemen? Welke voorwerpen in huis hebben dezelfde vorm?
Verwen de vogels in de winter!
Je hebt nodig: doppinda' s, rozijnen, een grote stopnaald, een dun koordje, touwtje of restje breikatoen.
Maak het koordje vast aan de naald. Rijg de doppinda's aan elkaar. Hiervoor prik je je naald door de pinda's en rozijnen. De pindaslinger kun je zo lang maken als je wilt. Hang het op een zichtbaar plekje in de tuin, dan kan je de vogels goed zien.
Een ander leuk idee is om (zonnebloem)pitten (zonder zout!) in een appel te prikken of steken. Leg deze op de tuintafel of een vogelhuisje op standaard en afwachten maar...
Leg alle sjaals die je maar kunt vinden in huis op volgorde van klein naar groot, of andersom.
Je kunt ook nog wanten/handschoenen of sokken sorteren op kleur of grootte. Alle rode in een groepje, en alles waar blauw in zit...
Sneeuwballenrijm:
Print plaatjes uit die rijmen of maak zelf tekeningen van woorden die rijmen. Maak een sneeuwbal (papier prop) van de losse woorden/afbeeldingen. Gooi de sneeuwballen door elkaar heen en start. Maak samen de sneeuwballen om de beurt open en leg de rijmwoorden bij elkaar.
Bijvoorbeeld:
haan - maan
sok - bok
koek - boek
vaas - gaas
boot - noot
beer - peer
muis - huis